Mestverwerking op de Elhorst/Vloedbelt

Voor velen heerst er onbegrip zo niet verbijstering over het voornemen van de Provincie om een zgn. “provinciaal inpassingplan” ook wel genoemd PIP door te voeren om zodoende toch nog een mestverwerkingsinstallatie met, in eerste instantie, een verwerkingscapaciteiten van 250.000 ton/jaar met daaraan gekoppeld een vergistingsinstallatie op de Elhorst/Vloedbelt te kunnen realiseren. Dit ondanks de voor ons positieve uitspraak van de Raad van State.

In het door ons gevoerde hoger beroep bij de Raad van State werden onze beroepsgronden gegrond verklaard. Op basis daarvan heeft de Raad van State op 18-10-2017 beslist dat er op de E/V niet meer gestort mocht worden en dat de omgevingsvergunning, door de Provincie verleend, vernietigd diende te worden. Als reactie hierop gaf Twence op 18-10-2017 in een publicatie aan dat Zenderen voor haar geen optie meer is omdat de mestverwerker niet in bestemmingsplan past.

2 maanden later gaf de Provincie via een persbericht op 20-12-2017 aan dat zij een procedure voor een Inpassingsplan wil starten, met andere woorden toch een mestfabriek op de E/V. Uiteraard heeft er samenspraak plaats gevonden tussen Twence en de Provincie. Dit ondanks de voor hen vernietigende uitspraak van de Raad van State.

Wat is een Provinciaal Inpassingsplan. (PIP) ?
Dit is te vergelijken met een provinciaal bestemmingsplan i.p.v. een gemeentelijk bestemmingsplan. De gemeente Borne wordt in dit geval buiten spel gezet. Zoals bekend heeft zowel het College als de Gemeenteraad van Borne ook met succes hoger beroep ingediend.
Door de Provincie dient nu een Ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) opgesteld te worden met toelichting, kaarten en voorschriften (regels) hoe het gebied gebruikt mag worden. Na de ter inzage legging van dit Ontwerp en het indienen van zienswijzen maken G.S. van Overijssel een voorstel voor Provinciale Staten voor de vaststelling van het plan. Verdere procedures zijn vrijwel gelijk aan die van een bestemmingsplan, met andere woorden beroep is mogelijk tot bij de Raad van State. Naar verwachting zal ook de gemeente Borne van deze mogelijkheid gebruik maken. Aangezien ook de omgevingsvergunning is vernietigd zal ook deze vergunning opnieuw in gang gezet dienen te worden met de daarbij behorende procedures. Kortom een langdurige en kostbare procedure in het verschiet met een onzeker resultaat.

Een verwijzing naar een eerdere miskleun van Twence is hier op zijn plaats. Bij de opening van de stortlocatie E/V in 1994 werd door de toenmalige portefeuillehouders van het voormalig Gewest Twente, de aftredende Dick Buursink en zijn opvolger Hans Kok verklaard dat in feite de stortlocatie overbodig was geworden. In 2000 werd de locatie zo goed als niet meer gebruikt. Politiek en prestigeverlies hebben hier hun stempel op gedrukt. Twence heeft nu opnieuw alles op één kaart gezet en opnieuw de locatie E/V gekozen voor mestverwerking. Het moge duidelijk zijn dat het financieel belang bij Twence het hoofdmotief is ten koste van de aantasting van het woon- en leefklimaat van om- en aanwonenden. Gezondheid- en veiligheidsrisico’s worden niet serieus genomen. Alternatieven komen blijkbaar niet in aanmerking zoals o.a. het XL-bedrijventerrein in Almelo.

Het is niet uitgesloten dat door ontwikkelingen op mestverwerkingsgebied ook hier na verloop van tijd zal blijken dat men voorbarig te werk is gegaan. Ook niet uitgesloten is de reële mogelijkheid dat bepaalde aan te voeren beroepsgronden doel zullen treffen en realisatie van mestverwerking op de E/V niet mogelijk maken. De toekomst zal het moeten uitwijzen. De Raad van State zal het laatste woord hebben.
E.J.A. Mossel Vox, 10-1-2018