Terug

Mestverwerking op de Elhorst/Vloedbelt

Stand van zaken juli 2019

Het is al weer enkele maanden geleden dat wij ons beroepschrift bij de Raad van State hebben ingediend.
Intussen hebben wij van de R.v.S. alle stukken toegezonden gekregen die op deze zaak betrekking hebben, ook die van alle mee-indieners.
Inmiddels hebben wij ook via de R.v.S. het verweerschrift ontvangen dat de Provincie heeft opgesteld naar aanleiding van onze ingediende gronden van beroep. Uiteraard vindt de Provincie onze beroepsgronden ongegrond.

Zoals bekend heeft Tubantia een WOB-verzoek (Wet openheid van bestuur) bij de Rechtbank ingediend om bepaalde gegevens boven water te krijgen. Uit de praktijk bleek namelijk dat de Provincie bepaalde gegevens niet aan de openbaarheid prijs wilde geven. Op maar liefst 45 documenten waren gegevens weggelakt die wij blijkbaar niet mochten weten en die niet getuigen van participatie met de burger. Openheid van bestuur is niet de sterkste kant van de Provincie. De Rechtbank oordeelde dat deze gegevens openbaar moesten worden gemaakt en aldus geschiedde. Deze verplichte bekendmaking kwam pas, zoals verwacht, na het einde van de beroepstermijn. Het resultaat hiervan kon dus niet meer meegenomen worden in ons beroepschrift.

Aangezien hier de zgn. Crisis- en Herstelwet van toepassing, verplicht bij duurzame energietranssitie , mogen nieuwe beroepsgronden niet meer worden ingediend tenzij al eerder aangehaald in ons beroepschrift, daarnaast dient de uitspraak van de R.v.S. binnen 6 maanden plaats te vinden.
Dit betekent dat eind October 2019 de R.v.S. een uitspraak moet doen. Voor die tijd zal er nog een hoorzitting in Den Haag plaats moeten vinden.
Uiteraard gaan wij, waar mogelijk, gebruik maken van deze weggelakte gegevens. Deze gegevens waren uiteraard ook niet bekend bij Provinciale Staten die daardoor hun besluit hebben genomen op basis van onvolledige gegevens.

Wij zijn o.a. van mening dat de onderbouwing voor de toepassing van het PIP, het zgn. provinciaal belang, niet op de juiste wijze heeft plaats gevonden. In ons beroepschrift zijn wij hier uitgebreid op ingegaan.
Indirect kunnen ook nog andere factoren een rol spelen b.v. het feit dat nog maar slechts een beperkt percentage mestverwerkingscontracten zijn afgesloten, ca 20-30% .
Als 80% begin 2020 niet gehaald is gaat de bouw niet van start aldus Twence.

Al met al kunnen er nog steeds vraagtekens gezet worden over het al dan niet doorgaan van een mestverwerkingsinstallatie op de Elhorst/Vloedbelt.
Wij blijven optimistisch.

E.J.A. Mossel